Survivalkit voor de examens

Survivalkit voor de examens

Binnenkort zitten studenten er weer middenin : de blokperiode en de examens. Een intense tijd voor wie dikke cursussen onder de knie moet krijgen en zich op het moment van het examen moet bewijzen. ook voor veel ouders zijnde examens een beproeving.

Josefien sluit zich een paar weken op in haar kamer. Max vindt zichzelf veel productiever als hij in de bib studeert tussen soortgenoten. Elias is ‘s ochtends echt geen mens, hij slaapt liever uit en studeert vanaf de namiddag tot een stuk in de nacht. 

Elke student ontwikkelt uiteraard zijn eigen studiemethodes. Hierbij enkele tips!

  1. Planning is alles 

als je examenrooster bekend is, kan je je blokplanning opstellen. Verdeel de leerstof in overzichtelijke en logische volumes. Ideaal is dat je alles samengevat en geleerd hebt voor de blokperiode begint. in de examenperiode zelf kan je dan de leerstof herhalen, verbanden leggen en jezelf vragen stellen.

2.  50 minuten studeren + 10 minuten pauze

Acht uur per dag studeren is niet evident. Je kan het leren door je studie- uren stapsgewijs op te bouwen en hierbij na elke 50 minuten studeren 10 minuten pauze te nemen. ons concentratievermogen verslapt immers na 45 tot 60 minuten. In die pauze even bewegen of iets drinken maakt je weer fris. Het kan uiteraard ook zijn dat je liever een hoofdstuk afwerkt en dan pauze neemt.

3.   Elk half uur een beweegsnack

Uren aan een stuk stilzitten laat je lichaam en geest indommelen. Spring geregeld recht, wandel rond, doe een paar yoga-oefeningen, enkele dit-ups.

4.   Uurtje intensief sporten

Als je graag sport, probeer dan trouw te blijven aan je sportmomenten of trainingen. Die doen je goed en zorgen voor een totale ontspanning. Je lichaam maakt endorfines aan, chemische stoffen die je vrolijk maken en stress bestrijden. Bovendien laat bewegen ook je brein beter functioneren.

5.   Leerstof verwerk je in je slaap

Wist je dat je hersenen tijdens je slaap de leerstof verwerken en ordenen? Gun jezelf daarom zeker voldoende slaap in de blok- en examentijd. En wil je je op de examendag goed kunnen concentreren, dan zal je merken dat dit beter lukt met een minimum aantal uren slaap. Hoeveel dit is, hangt af van je persoonlijk slaap-DNA.

6.   Drink voldoende water

Zet je fles binnen handbereik tijden het studeren en het examen. Als je dorst hebt, ben je immers sneller afgeleid. Als je dagelijks 1,5 tot 2 liter drinkt in kleine teugjes, dan ben je goed bezig.

7.   examen in zicht

Leer de laatste 24 uur geen nieuwe leerstof meer. Focus op het herhalen van wat je al geleerd hebt. Informeer waar het examen doorgaat en vertrek op tijd, zodat je rustig aan de start kan verschijnen. Gun jezelf een rustig momentje net voor het examen. Probeer een paar keer diep in en uit te ademen. Scan eerst alle vragen en start met deze waar je het antwoord op weet. Geloof in jezelf en ga ervoor!

Brussel bewijst: in noodsituaties wint behulpzaamheid van egoïsme

Waar sociologische modellen na terreurdaden vooral massale paniek en egoïsme voorspellen, reageerden de Brusselaars kalm en behulpzaam. De Britse socioloog Chris Cocking pleit er dan ook voor om die negatieve reacties uit evacuatiemodellen te schrappen. 

De term “paniek” wordt vaak gebruikt om de reactie van een menigte meteen na een terreuraanslag te beschrijven, geïllustreerd met amateurfilmpjes die vluchtende en schreeuwende mensen laten zien. Toch zijn er nog geen aanwijzingen dat mensen bij de aanslagen in Brussel en Zaventem “paniekerig” reageerden, zoals elkaar duwen of zelfs vertrappelen in een poging om zo snel mogelijk weg te raken. Amateurbeelden van de evacuatie van de metrotunnels tonen zelfs uiterlijk zeer kalme mensen. Dat was ook zo bij de aanslagen van 2005 in de Londense metro. De “massahysterie” die in veel evacuatieplannen voor aanslagen wordt voorspeld, komt er in werkelijkheid zelden. Daarom zien sociologen ze graag verdwijnen uit die plannen.

Spontane hulp
De aanslagen inspireerden ook veel omstaanders om meteen ter hulp te schieten. De BBCbracht een “heldenverhaal” van een Brusselse bagageverwerker die zeven gewonden uit het luchthavengebouw droeg, en telkens weer naar binnen liep. Hotelmedewerkers uit de buurt van het getroffen metrostation brachten ook handdoeken en dekens naar buiten om de gewonden te helpen. Taxi-chauffeurs brachten mensen gratis weg uit de luchthaven, en via sociale media boden heel wat mensen een lift naar huis of een slaapplaats aan.

Dit gedrag komt overeen met onderzoek dat ik en mijn collega’s deden na de aanslagen in Londen, op 7 juli 2005, waarin we betoogden dat zulke extreme situaties het beste in mensen naar boven haalt, en dat overlevenden en passanten samenwerken nog voor de hulpdiensten ter plaatse komen. We argumenteerden toen dat mensen in momenten van tegenspoed net dichter bij elkaar komen en eerder altruïstisch dan egoïstisch reageren.

In de nasleep van de aanslagen haalde behulpzaamheid en samenwerking het van individualisme en egoïsme

Dat betekent niet dat iedereen zich als een superheld gedraagt, maar het is eerder kalmte dan paniek die het gedrag van mensen in noodsituaties stuurt. Daardoor wordt behulpzaamheid en samenwerking een psychologische norm. Individualistisch of egoïstisch gedrag wordt dan niet getolereerd. Daarom stellen we een model van “collectieve veerkracht” voor dat het gedrag van een menigte in noodsituaties beter beschrijft dan clichématige modellen van “massahysterie”. Collectief gedrag boven egoïstisch gedrag heeft immers gevolgen voor de planning van en reactie op acties in noodsituaties.

Een ander aspect van deze collectieve identiteit in de nasleep van een gruwelijke gebeurtenis, is het samenkomen van mensen om elkaar te steunen, lokaal zoals dinsdagavond op het Beursplein in Brussel, maar ook globaal vooral via sociale media. Ook na de aanslagen in Parijs was dat al zo. Eerder dan gemeenschappen verdelen – waar de daders op hopen – zorgen terreuraanslagen daarom voor een versterkte eenheid om positief en niet met haat te reageren.
http://eoswetenschap.eu/artikel/steun-na-aanslagen-toont-hoe-mensen-elkaar-helpen-tijden-van-crisis

 

boekje voor kinderen van ouders met psychische problemen

De papa van Fien zit met zijn hoofd in de wolken. Kinderboek over psychische problemen bij een ouder.

Vandaag lanceert Huishouden vzw een kinderboek. ‘Hoofd in de wolken’ is geschikt als (voorlees)verhaal voor kinderen vanaf vier jaar. Inhoudelijk gaat het verhaal dieper in op de mogelijke effecten van psychische problemen binnen de gezinscontext en de gevoelens van het kind met een ouder die hiermee te maken krijgt. De papa van het hoofdpersonage Fien heeft het lastig in zijn hoofd.

 

KOPP staat voor kinderen van ouders met psychische problemen. 30 tot 70% van deze doelgroep ontwikkelt ernstige problemen op lange termijn. De uitdaging bestaat er dus in te streven naar het vinden van hulpbronnen die de impact van de psychiatrische problematiek bij de ouder op de kindontwikkeling zo beperkt mogelijk houden. Daarom ontwikkelt Huishouden vzw kwaliteitsvol materiaal voor deze doelgroep en hulpverleners die met deze kinderen en gezinnen aan de slag gaan.

 

De vzw ontwikkelde eerder spelmethodieken rond verslaving en depressie, alsook een kinderboek rond het thema depressie bij mama’s. In maart lanceerde de organisatie ikmaakdeklik.be, een online platform waar kinderen vanaf 10 jaar terecht kunnen. Tienduizenden kinderen vonden reeds vroegtijdig de weg naar informatie, lotgenoten, partners in de hulp en hulpmiddelen op maat.

 

Al de methodieken van Huishouden vzw kregen het Trusty-label. Trusty is een initiatief van ‘De Ambrassade’ en duidt op betrouwbare info op kinder- of jongerenmaat.

Huishouden vzw www.huishouden-vzw.be ikmaakdeklik.be

Zelfbeheersing kun je leren

‘Zelfbeheersing kun je leren’

Psycholoog Walter Mischel

Hoeveel we in het leven bereiken, hangt onder andere af van de vraag hoe goed we in staat zijn af te zien van een onmiddellijke beloning, in de verwachting dat dat op de lange termijn een grotere beloning zal opleveren. Psycholoog Walter Mischel, onderzocht ruim 40 jaar geleden wilskracht bij kinderen. De experimenten waarbij hij die ‘marshmallow-test’ gebruikte, legden de fundering voor het moderne onderzoek naar zelfcontrole.

Voorspelt iemands vermogen om op vierjarige leeftijd op een lekkernij te wachten al of hij/zij op latere leeftijd succesvol zal zijn?
Kinderen die zich goed kunnen beheersen, letten meestal ook goed op wanneer er op de kleuterschool of de basisschool iets wordt uitgelegd. Zij kunnen zich beter concentreren, beter leren. Daardoor behalen ze al op jonge leeftijd successen, en dat versterkt weer hun zelfvertrouwen. Dat zagen we ook in ons experiment: veel kinderen die erin waren geslaagd te wachten, aten de marshmallows of de koekjes niet eens op, maar namen ze mee naar huis om ze aan hun ouders te laten zien. Ze waren heel trots op zichzelf. Deze kinderen beseften dat ze zich dingen konden voornemen en die ook verwezenlijken.

En de kinderen die daartoe niet in staat zijn, schoppen het niet zo ver in het leven?
Uit ons longitudinale onderzoek bleek dat mensen die als kind langer op een beloning konden wachten, gemiddeld een hoger opleidingsniveau bereikten, minder drugs gebruikten en ook nog een lagere body-mass-index hadden.
Maar dan hebben we het dus over gemiddelden. Een concrete voorspelling voor een bepaald individu kun je op grond van de score op de marshmallow-test niet geven. Het idee dat het mogelijk zou zijn de toekomst van een mens met zekerheid te voorspellen op grond van de vraag hoe lang hij in staat is af te zien van een beloning is nonsens.

Hoe kunnen ouders hun kinderen helpen zelfbeheersing te ontwikkelen?
Het eerste gebod luidt: als ouders een kind iets beloven, moeten ze die belofte ook nakomen. Dat geeft kinderen een gevoel van zekerheid, en dat is onontbeerlijk om uiteindelijk te leren dat ze, wanneer ze hun best doen, ook echt iets kunnen bereiken.
In de tweede plaats is het van belang dat er, vooral tijdens de eerste levensjaren, zo weinig mogelijk stress heerst in het gezin. Maar aan de andere kant moeten ouders hun kinderen ook weer niet te veel beschermen.

En wat als een kind al problemen heeft op het gebied van de zelfbeheersing?
Zelfbeheersing kun je heel gemakkelijk leren – met behulp van rollenspellen, geheugentraining, oefeningen waarbij het kind hardop tegen zichzelf zegt wat het moet doen. Die strategieën zouden al in het kinderdagverblijf en op de basisschool aangereikt moeten worden. Dat is een belangrijke opdracht, omdat je daarmee de sociaal-economische kloof tussen degenen die in de maatschappij een betere en een slechtere uitgangspositie hebben kleiner kunt maken.

Ieder mens heeft van nature de potentie te veranderen – dat is een boodschap die ook de politiek ter harte zou moeten nemen. Zelfs mensen die als gevolg van genetische factoren minder goed in staat zijn zich te beheersen, slagen er met behulp van eenvoudige oefeningen vaak toch in meer controle over zichzelf te krijgen. Met de juiste aanpak is niemand een hopeloos geval.
Mensen hebben dikwijls goede voornemens, maar ze ook in daden omzetten is vers twee. Hoe moet je dat aanpakken?
Het mislukt vooral vaak doordat het ontbreekt aan een concreet plan. Veel mensen nemen zich bijvoorbeeld voor ‘meer aan sport te gaan doen’. Maar als dat een vaag plan blijft, houdt men het meestal niet lang vol.

De beste methode is simpele ‘als-dan’-regels op te stellen. ‘Als het op dinsdag acht uur is, dan ga ik naar de sportschool.’ Punt. Een heel concreet plan. Een twaalfjarige die huiswerk voor school moet maken, maar eigenlijk liever met zijn smartphone wil spelen, zou zich bijvoorbeeld kunnen voornemen: ‘Als ik met mijn huiswerk bezig ben, zet ik mijn mobieltje uit.’ Als je zulke eenvoudige strategieën vaak oefent, worden ze een automatisme. Net als tandenpoetsen voor het slapengaan – dat is ook geen natuurlijk gedrag, maar toch doen de meeste mensen het.
http://eoswetenschap.eu/artikel/zelfbeheersing-kun-je-leren

Een gezin met autisme

Lees onderstaand boek als je graag meer wil weten over autisme en hoe je hier als omgeving best mee kan omgaan. Echt een aanrader!

Een gezin met autisme

Door Joyce Van Maaren

Vier van je vijf kinderen hebben autisme, en je partner ook… Het zal je maar overkomen!

Het overkomt Joyce van Maaren. In de loop der jaren worden vier van haar vijf kinderen én haar man gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis. In Een gezin met autisme vertelt ze openhartig hoe haar leven elke keer weer op z’n kop komt te staan. En hoe het gezin telkens weer op zoek moet naar een nieuw evenwicht.

Van Maaren gaat door een moeizaam acceptatieproces, maar beseft al snel dat zij zelf het heft in handen moet nemen. Ze weigert een slachtofferrol aan te nemen en neemt zich voor om ondanks alle zorgen elke dag als een feestje te zien. Haar positieve houding helpt haar verder in de ontdekkingstocht van het leven met haar turbulente gezin. Een gezin waarin autisme de norm is in plaats van de uitzondering.

In dit inspirerende en liefdevolle boek neemt Van Maaren de lezer mee op haar reis – een reis die met vallen en opstaan verloopt. Vind steun in haar verhaal en ontdek wat autisme in het dagelijks leven betekent. Maar laat je vooral ook inspireren om van elke dag een feestje te maken. Van Maaren laat je als geen ander zien hoe je dat kunt doen. Ook als je zelf of in je gezin te maken hebt met autisme (of andere psychologische stoornissen).

Het vlot geschreven relaas van een moeder die hoop en troost geeft aan iedereen die in een wereld verkeert waar weinig ‘gewoon’ is. ~ Lotje & co.